Jan Banning

Oog in oog met de Troostmeisjes van Jan Banning besef je pas goed hoe loos hun benaming is. In de Tweede Wereld Oorlog verschafte de Japanse krijgsmacht haar strijders een uitlaatklep voor hun seksuele behoeften door hen jonge vrouwen en meisjes ter beschikking te stellen. Deze werden weggesleurd uit bezette gebieden en in gevangenschap gehouden. Naast hun seksuele nood reageerden de mannen ook hun trauma’s af. Wie zich de taferelen voorstelt, beseft dat de term “troostmeisjes” een verbijsterend, schandelijk eufemisme is. Bij het zien van Bannings portretten kermt de ziel. De oogopslag van de inmiddels hoogbejaarde vrouwen weerspiegelt een  levenslang gedragen leed. De toeschouwer wil wegkijken, omdraaien en zich uit de voeten maken. Maar de blik der vrouwen houdt hem/haar vast. ‘Kijk me aan. Onderga me. Ik heb ermee moeten leven. Erken me.’
Banning heeft de vrouwen kunnen vinden dankzij Hilde Jansen, journalist en antropoloog, die twee jaar lang op speurtocht is geweest.

Ook bij de andere onderdelen van de tentoonstelling in het Haags Foto Museum vergen de emotioneel beladen onderwerpen het oog van een onthechte dokter om de technische perfectie van Bannings werk te savoureren. De formaten en beeldverhoudingen zijn stuk voor stuk in volkomen harmonie met het afgebeelde. Belichting, scherptediepte, compositie, kleur, schakeringen, het is allemaal weergaloos.

Een andere aangrijpende serie is Bureaucratics. De toeschouwer krijgt beklemmende taferelen voorgeschoteld van beambten in hun werkruimte, omringd door onafzienbare en onoverzichtelijke stapels mappen en formulieren. Het valt te betwijfelen of er iemand wegwijs in is. Alle geportretteerden stralen ambtelijke en ambachtelijke trots uit, ze stáán voor hun werk, ze zullen het tot en met hun laatste werkdag met grote toewijding blijven doen. De houten bureaus, de gammele kasten, de bladderende verf bieden de verraderlijke illusie dat geavanceerde computersystemen de mensheid hebben verlost van deze zinledigheid, quod in aeternitate non. Onontkoombaar bekruipt de toeschouwer de vraag naar de zin van diens eigen eigen bezigheden.

In Red Utopia laat Banning zien hoe ideologisch gedachtengoed zich tegen alle historische ontwikkelingen in weet te handhaven. Rode vlaggen, hamer-en-sikkelbanieren, rijtjes koppen van Marx, Engels, Lenin, Stalin, Mao, er zijn nog steeds mensen die daar inspiratie aan ontlenen. De schamele omstandigheden onderstrepen hoe deze gelovigen gemarginaliseerd zijn geraakt. Hoe zal het aanhangers van andere utopieën vergaan? Het monotheïsme, het eind van de geschiedenis, de metafysica, het neoliberalisme? Will mankind ever learn?

De tentoonstelling is een retrospectief op Bannings hele oeuvre. De serie Law and Order geeft een inkijk in politie-optredens, rechtbanken en gevangenissen op vier continenten. Op Cyprus staat een vliegveld in de mottenballen, verkommerende auto’s met nog geen 60 km op hun tellers. Het oplaaien van een eeuwenoude burenruzie heeft geleid tot een gedemilitariseerde zone: The Green Line. En dan is er de serie The Sweating Subject waarin de fotograaf zelf figureert tussen Ghanese stamhoofden met hun hofhouding. De heren – het zijn uitsluitend mannen – hebben zich in vol ornaat opgesteld en lijken hem, als enige roze, volledig te accepteren. Ook hijzelf poseert als vanzelfsprekend en kijkt onvervaard de lens in. Terwijl Banning zelf zegt de koloniale fotografie te parodiëren heeft de oorspronkelijke opdrachtgever, Noorderlicht|Huis van de Fotografie, zich van de foto’s gedistantieerd, o.a. omdat Het Westerse beeld van Afrika is bepaald door een blik op het continent, die, hoe je het ook wendt of keert, nog steeds beïnvloed wordt door de visuele koloniale tradities. Met het project The Sweating Subject wordt deze beeldvorming gecontinueerd en gaat daarmee in tegen de intentie van ons project. Zo simpel is het.”

Sporen van Oorlog lijkt de mannelijke pendant van de Troostmeisjes. Krijgsgevangenen, romoesja’s (arbeiders uit vooral Thailand en Java), dwangarbeiders uit Birma en Maleisië werden ingezet bij de aanleg van de beruchte Birma- en de Pakan Baroe-spoorlijnen. Tijdens de 16 maanden die het aanleggen van de Birmaspoorlijn vergde, stierven elke dag gemiddeld 75 arbeiders. Van de 26.000 mensen die aan de Pakan Baroelijn werkten, stierf meer dan de helft. Banning fotografeert hen zoals ze moesten werken: met ontbloot bovenlichaam. De combinatie van geteisterde torso’s en uitgedoofde blikken is huiveringwekkend. Jans vader Frans is één van de geportretteerden.

Hoever gaat de macht van de mens?
Jan Banning Retrospectief 1981 – 2018.
Fotomuseum Den Haag t/m 2 september 2018.

 

Zie ook:
http://www.janbanning.com
https://www.fotomuseumdenhaag.nl/nl/tentoonstellingen/jan-banning

Dit bericht is geplaatst in kunst, menselijk, politiek met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

3 Responses to Jan Banning

  1. Yda Smets schreef:

    Mooi, dankjewel Felix Monter!

  2. Karel van der Bent schreef:

    indrukwekkende beschrijving van een indrukwekkende tentoonstelling. Savoureren moest ik nog wel opzoeken

  3. Nico Fortmann schreef:

    Rob heeft een heerlijke eigenschap. Hij brengt jouw eigen gevoel na je bezoek zó mooi onder woorden dat je door dit blog te lezen de tentoonstelling herbeleeft.
    Geweldig! Dank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *