Bergen N-H

In november kon collega-schrijver en vriend Hein van der Hoeven een maand lang verblijven in het A. Roland Holsthuis. Adriaan kreeg deze woning, een beknopte villa met rieten dak, cadeau van zijn gefortuneerde vader die hem ook een jaarlijks traktement uitkeerde. De dichter woonde er vanaf het begin jaren ’20 tot een paar jaar voor zijn overlijden in 1976. Hij ontving tout-le-monde uit de literaire en culturele wereld, alsmede een lange stoet minnaressen.


Sinds 2002 wordt het huis voor periodes van een maand verhuurd aan gevestigde auteurs. Het gastenboek en de boekenkast tonen een imponerende bloemlezing van veelgelezen namen. Dat alleen al werkt bijzonder inspirerend. De huurder dient bij zijn aanvraag een werkplan in te dienen bij het Nederlands Letterenfonds. Hein (debuutroman: Jongen met Rood Vest) heeft er hard gewerkt. Ik mocht hem een dag gezelschap houden en heb wat geborduurd rond Winter aan Zee. In die bundel beschrijft Roland Holst zijn verdriet over het vertrek van een geliefde naar Amsterdam, volgens hem een poel van verderf waar zij niet anders dan teloor kon gaan.

de banen zonlicht
door het vederlichte stof
markeren de weemoed
rond de meubels. ooit
berstte hier des saters lust
zich aan de vensters, om
te bekoelen tot een barse
afscheidsknik.
één beminde – de laatste –
was hem voor. ze ging.
en liet hem wroegend achter.

langs karresporen, diep gesleten,
dwaalt, hunkerend, nee
spijtvol terugverlangend, de
bard op leeftijd. zijn zoetlokkend
lied verdroogd op de stembanden.
uit de keel komt wrang
maar welgekozen zelfbeklag.

Geplaatst in kunst, poëzie | Getagged , , , , , , , | 4 reacties